FCI-Standaard Nr. 153/14.04.1999

Oorsprong
Dalmatia, Kroatische Republiek

Datum van publicatie van de geldige originele standaard
14.04-1999

Gebruik
Gezelschapshond, gezinshond en geschikt om voor diverse
doeleinden te worden opgeleid.

Classificatie F.C.I.
Groep 6, Lopende honden, zweethonden en verwante rassen;
sectie 3 verwante rassen zonder werkproef.
  • Algemeen voorkomen
    De Dalmatische hond is een sterke, gespierde en levendige hond met evenwichtige verhoudingen en in het oog springende bevlekking.
    Hij heeft een symmetrische belijning, is niet grof of plomp en beschikt als voormalige "koetshond" over een groot uithoudingsvermogen gepaard gaande aan een behoorlijke snelheid.
  • Belangrijke verhoudingen
    Lichaamslengte : schofthoogte = ongeveer 10 : 9
    Lengte van de schedel : lengte van de voorsnuit = 1 : 1
  • Gedrag/karakter
    vrij en vriendelijk, niet schuw of terughoudend, vrij van nervositeit en agressie.
Hoofd

Schedel
  • Schedel
    De schedel is vlak en tamelijk breed tussen de oren met goed aangeduide slapen, heeft een lichte voorhoofdsgroeve en is geheel vrij van rimpels.
  • Stop
    De stop is matig diep.
Aangezichtsschedel
  • Neus
    De neusspiegel dient bij de zwartbevlekte altijd zwart te zijn,
    bij de bruinbevlekte altijd bruin.
  • Voorsnuit
    De voorsnuit is lang en krachtig maar nooit spits toelopend;
    de neusrug is recht en verloopt parallel aan de bovenbelijning
    van de schedel.
  • Lippen
    De lippen zijn droog en omsluiten de kaak tamelijk nauw; zij
    mogen niet afhangen; een complete pigmentatie is wenselijk.
  • Kaken/gebit
    De kaken zijn krachtig met een perfect en regelmatig
    schaargebit, d.w.z. de boventanden dienen net over de
    ondertanden te vallen en dienen recht in de kaken te staan.
    Gewenst is een complete set van 42 tanden en kiezen
    (overeenkomstig de tandformule). De tanden en kiezen
    dienen gelijkmatig van afmeting en wit kleur te zijn.
  • Ogen
    De ogen dienen enigszins uit elkaar te staan en van
    middelmatige grootte te zijn, rond, helder en sprankelend
    met een intelligente en alerte uitdrukking.
    De kleur is donkerbruin bij de zwartgevlekte en licht bruin tot
    amberkleurig bij de bruinbevlekte.
    De oogomranding is bij de zwartgevlekte volledig zwart en bij
    de bruinbevlekte volledig bruin. Het ooglid ligt dicht tegen de
    oogbol.
  • Oren
    De oren zijn tamelijk hoog aangezet, van middelmatige
    grootte, tamelijk breed aan de basis, worden dicht tegen het
    hoofd gedragen, versmallen geleidelijk en eindigen in een
    afgeronde punt. Zij zijn fijn van textuur met een gemarmerde
    aftekening, bij voorkeur bevlekt.
Hals
  • Hals
    De hals is vrij lang, mooi gewelfd, wordt naar het hoofd toe
    smaller en is vrij van keelhuid.
Lichaam
  • Schoft
    De schoft is goed afgetekend.
  • Rug
    De rug is krachtig en recht.
  • Lendenen
    De lendenen zijn droog, gespierd en licht gewelfd.
  • Kroep
    De kroep is zeer licht aflopend.
  • Borst
    De borst is niet te breed maar diep en ruim.
    De borstkas dient tot de ellebogen te reiken.
    De voorborst is in profiel duidelijk zichtbaar.
    De ribben zijn goed gevormd, lang en mooi gewelfd en nooit vlak,
    tonvormig of misvormd.
  • Flanken
    De flanken zijn smal.
  • Onderbelijning
    De buik loopt geleidelijk op richting lendenen.
Staart
  • Staart
    De staart reikt ongeveer tot aan de hak, is sterk bij de aanzet
    en wordt geleidelijk smaller richting de punt; is vrij van
    grofheid; is noch te laag noch te hoog ingeplant; wordt in rust
    hangend gedragen met een lichte opwaartse buiging in het
    laagste derde deel van de staart; wordt tijdens het gaan
    hoger gedragen, net iets boven de toplijn maar nooit omhoog
    (vrolijk) of gekruld; is bij voorkeur bevlekt.

Ledematen
  • Voorhand
    De voorbenen zijn zuiver recht met krachtige, ronde botten tot
    aan de voeten.
    Schouders: De schouders liggen tamelijk schuin, zijn droog en
    gespierd.
    Ellebogen: De ellebogen sluiten nauw aan tegen het lichaam en
    draaien noch in of uit.
  • Polsgewricht
    Het polsgewricht is sterk en veerkrachtig.
  • Achterhand
    De achterhand is gewelfd, gespierd en droog. Van achteren
    gezien staan de achterbenen verticaal en parallel.
    Knie: De knie is goed gehoekt.
    Tweede dij: De tweede dij is sterk.
  • Hakgewricht
    Het hakgewricht is sterk en goed gehoekt.
  • Voeten
    De voeten zijn rond en gesloten met goed gebogen tenen (katte
    voeten); de voetzolen zijn rond, stevig en veerkrachtig; de
    nagels zijn zwart of wit bij de zwartgevlekte, bij de bruinbevlekte
    bruin of wit.
Gangwerk/beweging
  • De Dalmatische hond heeft een uitermate vrij en ruim gangwerk; heeft een vloeiende, krachtige, ritmische gang met een lange pas en een goede stuwing vanuit de achterhand; van achteren gezien bewegen de benen parallel, met de achterbenen in het spoor van de voorbenen. Een korte pas en peddelende beweging zijn fout.
Vacht
  • Kleur
    Het haar is kort, hard, dicht, glad en glanzend.
  • Staart
    De grondkleur is zuiver wit. De zwartbevlekte heeft zwarte
    vlekken, de bruinbevlekte heeft bruine vlekken, niet in elkaar
    overlopend maar rond, scherp afgetekend en zo goed mogelijk
    verdeeld; de maat bedraagt 2-3 cm in diameter; de vlekken op
    het hoofd, de staart en ledematen zijn kleiner dan die op het
    lichaam.
Maat en gewicht
  • Maat
    Algehele evenredigheid is van het grootste belang.
    Schofthoogte: De
    schofthoogte voor reuen 56-61 cm, voor teven
    54-59 cm.
  • Gewicht
    Het gewicht voor reuen ongeveer 27-32 kg, voor teven ongeveer 24-29 kg.
Fouten

Elke afwijking van de eerder genoemde punten dient als fout te
worden beschouwd, waarvan de beoordeling in juiste verhouding tot
de mate van de afwijking dient te staan.
  • Bronzing (een tijdelijke bronsachtige verkleuring van de zwarte
    vlekken).
Uitsluitende fouten:
  • Een uitgesproken ondervoorbeet of bovenoverbeet
  • Ectropion, entropion, glasoog, ogen van verschillende kleur (heterochromia)
  • Blauwe ogen
  • Doofheid
  • Het beperkt voorkomen van platen rond ogen (monocle) of elders, (wel acceptabel voor de fokkerij)
  • Tricolour (zwarte en bruine vlekken op dezelfde hond)
  • Lemon (citroenkleurige of oranjekleurige vlekken)
  • Zeer angstig of agressief gedrag
N.B: Reuen dienen twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen te hebben, die zich geheel in de balzak bevinden.

Aanbeveling, teneinde het optreden van doofheid bij Dalmatische honden (20-30%) terug te dringen:
  • Tweezijdig dove Dalmatische honden en honden met blauwe ogen zouden uitgesloten dienen te worden van de fokkerij; ideaal zou zijn eveneens eenzijdig dove honden uit te sluiten.
  • Honden met beperkte platen rond ogen (monocle) of elders voorkomend, zouden moeten worden toegelaten tot de fokkerij.
  • Reuen met een gepigmenteerd scrotum zouden de voorkeur verdienen.


Hoofd
1  voorsnuit
2  top
3  schedel
4  bakken
Romp
12  voorborst
13  borstdiepte
14  borstbeen
Achterhand
19  bekken
20  dijbeen
21  kniegewricht
22  onderbeen
  scheenbeen
  kuitbeen
23  spronggewricht
24  hak
25  middenachtervoet
Voorhand
5  schouderarm
6  opperarm
7  elleboog
8  onderarm
  spaakbeen
  ellepijp
9  polsgewricht
10  middenvoorvoet
11  voet
Bovenbelijning
15  hals
16  schoft
17  rug
18  lenden